Wakeboarden leren kost de meeste mensen één tot drie sessies om zelfstandig op te staan en een halve week om rondjes te rijden op een cable park. Je hebt geen ervaring nodig, wel het juiste materiaal, een kabel met een beginnersinstelling en iemand die ziet waar je op vastloopt. Hieronder staat de volgorde die wij bij elke reis aanhouden, van de eerste start tot je eerste hoek.
Op een cable park trekt een vaste kabel je uit het water, met constante snelheid en zonder golfslag van een motor. Dat maakt de start voorspelbaar: dezelfde trek, dezelfde hoek, elke keer. Achter een boot moet de schipper gas en lijn afstemmen op jou, en dat luistert nauw. Voor een eerste week is de kabel daarom de logische keuze; boat-sessies komen later, als je al rijdt.
Een tweede voordeel is herhaling. Op een full-size kabel met vijf masten rij je een rondje van enkele minuten en sta je daarna weer in de rij. Op een two-tower systeem, een kabel die heen en weer gaat tussen twee masten, oefen je de start tien keer per kwartier. Veel parken hebben beide; vraag ernaar.
Val je, laat dan het handvat direct los. Het board blijft vanzelf drijven en de kabel stopt aan de start.
De eerste hoek is het moment waarop de meeste beginners afhaken. De kabel trekt je naar binnen, terwijl je gevoel zegt dat je naar buiten moet. Twee dingen helpen:
Wie de eerste hoek haalt, haalt meestal ook de tweede. Vanaf dat moment gaat het om kilometers maken.
Uit de intake-gesprekken op onze reizen komt steeds hetzelfde beeld: de start heb je binnen één tot drie sessies onder de knie, rondjes rijden binnen twee tot vier dagen als je dagelijks op het water staat. Daarna gaat het verschil tussen mensen groeien. Wie fit is en eerder heeft gesnowboard of geskatet, leert sneller; wie bang is om te vallen, leert trager.
Dagelijks een uur op het water is effectiever dan één lange dag. Je armen en rug krijgen het zwaar, en na een uur wordt je techniek slordig. Onze programma's plannen sessies daarom in de ochtend, met de middag vrij.
Een impactvest en een helm zijn verplicht op vrijwel elk cable park en zitten bij ons in de parkpas. Een wetsuit hangt af van de watertemperatuur: onder de twintig graden wil je er een. In Antalya is het water van april tot november warm genoeg om zonder te rijden. Meer over materiaal lees je in Welke board past bij jouw niveau.
De start leer je in één tot drie sessies van een uur. Rondjes rijden op een cable park lukt de meeste mensen binnen twee tot vier dagen van dagelijks oefenen.
Ja, als je kunt zwemmen en geen blessures aan knieën of rug hebt. Kracht is minder belangrijk dan techniek; de kabel trekt je omhoog, jij hoeft alleen je houding vast te houden.
De start op een wakeboard is iets lastiger dan op twee ski's, omdat je zijwaarts staat. Daarna gaat wakeboarden juist makkelijker: één board is stabieler in de bochten en je valt zachter.
Niet nodig. Onze reizen beginnen met een intake op dag één en het programma is afgestemd op je niveau. Wil je toch alvast beginnen, kijk dan naar de cable parks in Nederland.
Begin op een cable park, niet achter een boot. Zet je gewicht op je hakken, houd je armen gestrekt en laat de kabel het werk doen. Wie dat drie sessies volhoudt, rijdt rondjes.